Van spoken en heksen

Alle grote jongens en meisjes werden door de burgervader uitgenodigd om mee te stappen in de spokentocht. Ze moesten wel verkleed zijn, de jongens als spoken, de meisjes als heksen. Om middernacht was iedereen aanwezig. De spoken stonden in groep, de heksen zaten in een kring. Toen vloog een heks op haar bezemsteel voorbij en werd kwaad. “Ik ben een echte heks en jullie doen maar alsof. Ik betover jullie in pompoenen. Ik maak van jullie pompoenensoep” riep ze verbolgen. Nu zag men een kring van pompoenen. De meisjes snikten het uit. Alleen de punthoeden stonden er op. “Dit wordt een echte spokentocht” sprak de burgervader. De spoken gingen naar het woud. Van ver zagen ze andere spoken. In de verte zag men een lichtje branden. Het was het huisje van de heks. “We moeten vlug zijn, anders kennen we de toverformule niet” wist hij. Opeens zette zich een vogel op zijn schouder neer “Hou me vast en je zal even vlug vliegen als ik” kwetterde hij. Het spook had een mooie stem en stelde een list voor “Ik ga een liedje zingen aan het raam van de heks” deelde hij mee. De heks kwam buiten en wou meezingen. “Zeker en vast” antwoordde het spook “Drink mee want ik heb een goede fles wijn bij me.” Vanonder zijn spokengewaad toonde hij de fles. Hij zong “Ik lust wel snoep en ik hou van soep.” De heks dronk een halve fles leeg en ze werd een beetje dronken. “Ken je het tweede versje?” vroeg hij arglistig. “Meisjes moeten meisjes blijven, anders zal de woudgeest kijven” klonk het. Op dat ogenblik was de betovering verbroken. De spoken zagen de meisjes terug. Een tweede groep spoken kwam naderbij en vroeg “Waar is je toverboek?” Maar de heks dronk de wijnfles leeg en viel in slaap. Misschien slaapt ze nog…

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.