Rijmen in sprookjesstijl 25

Een man kocht een boeketje bloemen. “Dit is wat ik zocht.”   Een bloem prikte hem zodanig, maar dacht aan de vrouw, die de ruiker schikte…   De bloemtuil kon niet mooi genoeg zijn, hij belde blij, tot hij haar hartje won.

Rijmen in sprookjesstijl 24

Twee vrienden zochten werk, één als knecht, de ander was een klerk.   Daar kwam de hofkoets aan… De koning riep ze als koetsier. Zo hadden ze een baan.   Een prinses gaf een man wat wijn, de ander, kreeg slechts bier.   De koningin schonk zich en allebei, een beker wijn en tikten dat het klonk!

Rijmen in sprookjesstijl 23

Het was druk in de bakkerij. Er werd gemalen, gekneed, gebakken, alles op een rij.   De taarten stonden, in het uitstalraam versierd.Een taart wou de mooiste zijn. Ze smolt… en alles ging eraan.

Rijmen in sprookjesstijl 22

Een magiër kocht alle doeken per dozijn.   Maar nu, bleken er slechts, elf te zijn.   De goochelaar wist zich helemaal geen raad.   Een tovenaar hielp echter, met woord en daad.

Rijmen in sprookjesstijl 21

Bij de paarden, was er afgunst tussen het hoefijzer en zadel.   Een tovenaar zei “Wat was nu kunst?” Ijzers waren nodig. Paarden wipten ruiters uit het zadel.

Rijmen in sprookjesstijl 20

Een meisje kon heel mooi borduren. Ze werkte vele dagen en telde geen uren.   Ongekend, kwam koningszoon. Hij vroeg een kroon op elke mantel. Het werden maanden. “Wat was haar loon?” Toen zat zij op de troon.

Rijmen in sprookjesstijl 19

Met een knuffel en een truffel, werd kleine zus naar dromenland gebracht.   Het lekkers naast haar bed, bracht een trol op een gedacht.   Het meisje liet een zucht. Maar haastig sloeg hij op de vlucht.

Rijmen in sprookjesstijl 18

Een heks vloog langs een raam en hoorde, dat iemand loog.   Die knecht kan ik gebruiken, dacht de heks, tot dat ook hij haar bedroog.

Rijmen in sprookjesstijl 17

Zonder genade, werd de theepot, in de kelder gezet. Hij vulde zich met tranen.   Hetzelfde gold ook voor een zak, met geurende en rijpe granen.   Ten laatste moest het stiefzusje, het lieve kind, het ook ontgelden.   Plots raakte een fee, pot, zak en ook het meisje aan. Zij beval “Dit alles moet je, aan je vader melden.”

Rijmen in sprookjesstijl 16

Een tovenaar werd honderd jaar.   Hij gaf een feest en zei “Het is nu wel geweest.”   Vele geschenken, stemden hem tot nadenken…   “Wie komt er in uw plaats?” vroeg men. Dit was tegen zijn zin.   Zij wilden het allemaal… Maar dit antwoord, werd hun fataal.