Van een gouden pen en een gouden naald.

Een jongen en meisje gingen hout sprokkelen. Vader en moeder waren arm, ze hadden net genoeg om wat eten te kopen. Welgezind gingen broer en zus naar het woud. Aangekomen, zagen ze een schitterend doosje. Nieuwsgierig openden ze het. Een gouden pen en ook een gouden naald staken erin. De jongen sloot het doosje en stak het in zijn broekzak. “Dit is werkelijk mooi” zuchtten ze “Onze ouders zouden gered zijn.” Maar misschien zocht men reeds het doosje. Wat verder ontmoetten ze een oude gebochelde man. “Hebben jullie soms geen zilveren doosje gezien?” vroeg hij. “Ja” zei de jongen en “Wat stak erin?” wou het meisje weten. “Een gouden pen en een gouden naald” antwoordde het oude heertje. Onmiddellijk gaven de kinderen het gevonden zilveren doosje terug. Opeens had er een verrassende gedaanteverwisseling plaats. Voor hen stond een rijzige tovenaar en sprak hun toe op vriendelijke toon. “Ik heb jullie beproefd, om te zien of je alle twee eerlijk waart” vervolgde hij. “Ik schenk je de gouden pen” sprak hij tot de jongen en aan het meisje “De gouden naald is voor jou.” “Het zilveren doosje is voor je arme ouders.” “Draag goed zorg voor jullie geschenk.” “Ik wil sprookjes schrijven over tovenaars” sprak de jongen en “Ik wil naaister worden” vertrouwde ze de tovenaar toe.” Opeens was hij verdwenen. Ze vertelden alles aan hun ouders. Deze besloten papier en inkt te kopen voor hun zoon en voor hun dochtertje gouden draad en zijde met het geld van het zilveren doosje. Plots weerklonk een stem “Hier liggen honderd perkamenten blaadjes en een flesje gouden inkt. Wat leeg of op is wordt door mij ongezien bijgevuld.” “Hier heb je gouden draad en zijde, wanneer alles genaaid is, vind je onmiddellijk nieuwe draden en kostbare stof.” “Dank u” juichtten ze blij. “Oh, ik vergat nog te zeggen, dat de pen en naald betoverd zijn, zodat niemand ze stelen kan.” De jongen begon mooie sprookjes te schrijven over tovenaars en verkocht ze goed op de markt. Ze werden graag gelezen. Ook door zijn zus. Het meisje naaide fluwelen kleedjes en ook haar werk werd geprezen op de markt. Maar plots veranderde de jongen zijn stijl een beetje. Haar broer schreef nog over tovenaars, maar ook over een lief meisje, dat hij beminde. Ook zijn zus had plotseling veel werk, om haar bruidsjurk te naaien. Ze had een flinke jongen leren kennen op de markt. Er werd een dubbele bruiloft gevierd. Ze ontdekten het geschenk van de tovenaar “Eerlijk duurt het langst.” Op leder geschilderd voor de jongen en op zijde voor het meisje en hingen het op in hun kamer. Later toen er kinderen kwamen, kregen hun geschenken een ereplaats in hun leefkamer. “Eerlijk duurt het langst” spelden de kinderen de woorden. “Goed zo!” hoorden ze een stem zeggen. De stem van de tovenaar.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.