Nevel vrouw.

Een meisje sloot haar boek toen zij ging slapen. “Wat een mooi rijm, dat moeder mij heeft geleerd” zei ze luidop. “Wanneer de nevelvrouw verschijnt, paddestoelen verdwijnt.” Het werd dag. Een morgen vol mist. Toch tekenden de bomen zich geheimzinnig af tegen het omliggende landschap. Maar wat was dat? Zij hoorde hoe haar jong poesje in nood verkeerde. Vlug kleedde ze zich aan en ging op zoek naar haar poes. Aan het tuinhek gekomen was de mist nog dikker geworden. “Waar ben je?” riep zij angstig en zij schreed voort. Het klagen van het diertje wees haar de weg. “Oh nevelvrouw, wijs me de weg” sprak ze. Een stille stem zei “Ik heb alles met mijn dichte sluiers omhuld. Je mag niet terugkeren. Niets zal je deren.” “Dank u” antwoordde het meisje. Een poosje later voelde ze de pels van haar kat. “Binnenkort zullen de zonnestralen je kussen en dan verdwijn ik” zei de nevelvrouw zacht. Inderdaad, de mist trok op en het meisje bevond zich ver van haar huis. “Ik ben verdwaald” klonk het. “Wij zullen je helpen” spraken twee kerels, die net uit hun huisje kwamen. “Rust hier wat uit en bedien jezelf.” Hun blikken bleven bewonderdend, op het bekoorlijke meisje rusten. “Draag goed zorg voor je poes, misschien wil je ook zorg dragen voor ons en het huisje. Het bevallige meisje antwoordde “Ik moet er toch eens over nadenken” beloofde ze. “Vanavond moet je kiezen” beslisten zij. Toen nam het meisje een andere weg, maar verloor de hoofdweg uit het oog. Later hoorde zij van ver, dat de jonge mannen haar zochten “Oh nevelvrouw, kan je misschien terug uw sluiers over alles spreiden?” smeekte zij. Op het zelfde ogenblik was het ganse landschap in een dichte mist gehuld. Voor de tweede maal zei het meisje “Dank u.” Zij beval het poesje te zwijgen. Beiden herkenden de weg niet meer en het meisje struikelde over een boomstam en riep “Ik heb me bezeerd.” Toen doorpriemde de lantaren van een jonge boswachter het bevallige, maar gekwetste meisje. Zij hield het poesje stevig vast. “Ik woon hier vlakbij” zei de flinke jonge man en verbond haar voet. Aan tafel vertelde zij alles aan de aardige kerel. “Wat is het hier gezellig bij de open haard” zei ze. “Moest ik je vragen, mij gezelschap te houden, een gans leven lang?” vroeg hij hoopvol. De gloed van de vlammen weerspiegelde zich in haar mooie ogen. “Deze maal neem ik geen andere weg meer” zei ze innig. Zij zagen dat de mist verdwenen was en tientallen sterren straalden in het maanlicht. Voor de derde maal dankte zij de nevelvrouw.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.