De tovenaar en zijn reiskoffer.

Een tovenaar ging op reis. Hij droeg een mooie lederen reiskoffer, de hoeken waren gevat in koper. Hij hield halt aan een afspanning en bestelde brood en wijn. “Wel, wel, wel, daar is nog iemand met dezelfde koffer als de mijne” dacht hij luidop. In feit had de tovenaar niets betaald voor zijn koffer, het was een geschenk van de meester-tovenaar. Hij wou de andere reiziger groeten, maar die was reeds verdwenen. “Ik betover mijn schoenen en haal hem vlug in” redeneerde hij bij zichzelf. De tovenaar wou zijn reiskoffer nemen, maar die was ook weg. Gestolen!… Zijn toverformules, toverstok en toverbril zaten in de koffer. Hij ging de reiziger achterna. Naderbij gekomen, zag hij, dat de vermoeide reiziger zijn hoofd op zijn koffer rustte, als hoofdkussen. Een vroege vogel liet hun ontwaken en de tovenaar vertelde hem van de diefstal. Zijn gezel luisterde aandachtig naar zijn verhaal en verklaarde, dat hij zijn koffer gekregen had van zijn grootvader. “Binnenkort wordt ook mijn koffer ontvreemd, want er zijn slechts drie koffers met koper bewerkt” wist hij. De wijze tovenaar had een plan. “Wij keren terug en misschien wordt de dief ontmaskerd. Eens de drie koffers in zijn bezit, konden ze veel geld opbrengen” meende hij. Terug bij de afspanning, hielden zij alle reizigers in het oog. De tovenaar had een onzichtbare draad rond de koffer gesnoerd. Het einde, een bol touw stak in zijn zak. Na een poosje, voelde hij, dat iemand aan het touw trok en de bol werd steeds kleiner… De andere koffer was ook weg… maar de tovenaar en zijn metgezel volgden het touw. Er was veel volk aan de afspanning en zij konden de dader niet onmiddellijk herkennen. Toen zagen zij een klein mannetje, dat verdween in een smal zijstraatje met de koffer. Zij klopten aan en stonden oog in oog met hem. “Wij wensen drie gelijke reiskoffers te kopen” klonk het hoopvol. Hij noemde een zeer groot bedrag. “Goed ” “Ik zal eens kijken hoeveel er in kan” antwoordde de tovenaar. Niets vermoedend liet het mannetje een koffer openen, hij had zijn reiskoffer herkend, door een inscriptie van de meester-tovenaar. Hij nam de toverstok in de hand en vroeg zeer streng “Van wie is de derde koffer?” “Van een schilder, die er zijn mooiste tekeningen in had bewaard” verklapte hij geschrokken. “Toon ons waar hij woont” beval hij. Zo kwam elke reiskoffer in de handen van zijn eigenaar. “Maak eens een portret van de dief” stelde de tovenaar voor, maar deze was nergens mee te bespeuren. Toch tekende de schilder hem en gaf het aan de burgervader. “Ik hou een oogje ik ’t zeil”, verzekerde hij. Nooit heeft men de dief nog gezien. Ook waren er geen diefstallen meer gepleegd. Men had schrik om geschilderd te worden als de dader. “Wat zat er in de reiskoffer van de reiziger?” wou de tovenaar weten. “Papier en potlood” antwoordde hij vrolijk “Ik ben schrijver en zal het verhaal schrijven over de drie reiskoffers.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.