Een meisje ontmoet haar droomprins.

Heel hoog boven op een berg, stond een prachtig kasteel. De koning ging elke dag naar zijn vriend die tovenaar was. Telkens weer vroeg hij, of er nooit een meisje was, dat de moed bezat, om de stijle berg te beklimmen. Elke dag moest de tovenaar in zijn glazen bol kijken, maar zonder resultaat. Sommige meisjes vonden het zeer vlug te lastig. Uitzonderlijk was er eentje, dat reeds halverwege was gekomen, maar het bergpad leek te hobbelig. Op zekere dag zei de tovenaar tot de koning “Ik zie een meisje, dat meer dan de helft van de weg heeft afgelegd, storm en regen hielden haar niet tegen.” Inderdaad een aantrekkelijk meisje, had een appel en een peer gekregen van haar moeder voor de tocht. Vader gaf zijn eigen rugzak, met een fles, om te vullen met het water van de waterval. De ouders waren arm, meer konden ze niet doen. Het meisje was reeds hoog geklommen toen een heftig onweder losbarstte. De bliksem viel net voor de voeten van het meisje. Door de klaarte zag ze een vervallen boshut staan. “Ik hoop dat ik het haal” zei ze tegen de donder. “Heel zeker” antwoordde een blije stem, ga maar vlug schuilen.” Ze liet haar klederen drogen en sliep op de zitbank. De volgende ochtend kleedde ze zich aan, maar vond slechts wat water. Ze keek door het raam, maar vruchten zag ze niet. “Toch ga ik op zoek om iets te eten” zei het moedig meisje. Toen ze zich omgedraaid had, stond een mooie fee voor haar. “Wie bent u?” vroeg ze. “Wees niet bevreesd” antwoordde de fee en het meisje herkende de blije stem. “Ik ben de fee van de volharding en moed.” Het meisje keek nu blij verrast. “De koning heeft altijd een mooi en verstandig meisje voor zijn zoon gezocht, maar ze moest niet alleen goed zijn, maar ook dapper.” Bij klaarlichte dag, zag de berg er nog stijler uit. Het meisje antwoordde “Ik klim verder. “Volg me en kijk”, sprak de fee. Toen verscholen achter wat rotsblokken zag het meisje een trap naar het paleis. “Ik dank u” was haar antwoord en vervolgde “Ik heb honger.” Opeens stonden er een appelboom en perelaar naast haar en de bomen droegen vele vruchten. De fee was weg en het meisje vulde haar rugzak met appels en peren. Nog dezelfde dag, ging het meisje door de poort van de burcht. “Kom vlug kijken” riep de tovenaar tot de koning. “Kom vlug kijken” beval de koning tot zijn zoon. “Ik heb altijd gehoopt om iemand als jij te ontmoeten” verklaarde de prins liefdevol. “Ik ook” zei ze innig. Het was een sprookjeshuwelijk met gouden koetsen voor het paar, de koning en de koningin. Ze waren allen adembenemend mooi gekleed. Ook de koetsiers droegen een gouden lint. “Even een omweg maken” besliste de bruidegom en hield aan het huisje van de bruid stil. Haar ouders mochten instappen en waren plots ook zeer keurig gekleed. Onderweg zagen ze de boshut, “Laten we hier stilstaan bij de wondere appelboom en perelaar” sprak de tovenaar. Hij had immers alles gezien in zijn glazen bol.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.