Het magische bos.

Regelmatig kwam elke fee naar het magische bos. Men moest alleen een toverstokje in de hand houden. Op een dag was elke fee aanwezig. Allen waren heel mooi gekleed. Sommige droegen een diamanten kroon, anderen eentje van rozen of met fluwelen linten. Hun toverstokje was van puur goud, met bovenaan een zilveren ster. De elfjes bedienden hun met bloemenwijn, en de glazen waren bloemenkelken; daarom had elke fee haar tovertokje neergelegd in het gras. Op een feest hoorde muziek en het nachtegalenkoor zong met vreugde. Na afloop kregen ze een warm applaus met handgeklap. Elke fee nam haar toverstokje terug, het was het teken van hun macht. Nochtans was een lieftallige fee zeer bedroefd. Ze zag hoe een vogel met haar toverstokje wegvloog en kon dus niet meer toveren. Op dat ogenblik, stond de bedroefde fee op een verlaten veldwegel. Ze verloor echter haar moed niet en hoorde in een open boomholte een konijntje om hulp roepen. “Voorzichtig, ik kom u helpen” sprak de fee bemoedigend, daarvoor had ze geen toverstokje nodig. Maar een tweede fee stond plots naast hun “Voortaan noem ik je de fee van de voorzichtigheid” sprak de woudfee, en daar… lag haar toverstokje naast het bevrijde diertje. “Dank u” juichte ze blij. Onmiddellijk stond ze terug in het magische bos. “Hoe moeten we je noemen?” vroeg een fee. “Ik ben de fee van de voorzichtigheid” klonk het vriendelijk. Het was de gewoonte, dat bij elke wieg een fee of meerderen aanwezig waren. De fee van goedheid, schoonheid, gezondheid, kennis, rijkdom, volharding en moed. Nu was er ook de fee van voorzichtigheid. “Nu moet zij ervoor zorgen, dat de anderen gaven niet gestolen worden” vroeg de woudfee. Er volgde opnieuw een daverend applaus,
maar met grote voorzichtigheid, stak de fee Voorzichtigheid haar toverstokje in haar gouden gordel toen ze in de handen klapte.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.