De witte ridder

Een gastvrije koning, nodigde graag andere koningen met hun gevolg uit. Hij bezat een keurgroep van acht ridders. Ze muntten uit in sport, muziek en dans. Er was zelfs een minnestreel bij, die mooie gedichten schreef en zong voor de lieve koningin en hun bekoorlijke dochter. Nochtans was er een land, dat nooit uitgenodigd werd. Dit kwam, omdat er een stijle en hoge rotswand hun scheidde, zonder een enkele uitgang. Zekere dag draafde een in wit geklede ridder er langsheen. Zijn klederen waren smetteloos wit en straalden in de zon. Hij behoorde ook tot de keurgroep. Van ver hoorde hij plotseling zingen. Droevig, dreigend, eentonig en erbarmelijk vals. Hij liet zijn hoorn schallen en zong “Kom er maar bij.” Tot zijn allergrootste verbazing antwoordden ze gemenelijk “Als je durft!” Nu was de nieuwsgierigheid zeer groot en hij speurde naar een doorgang. Tevergeefs. Hij zette zich in het gras en opende zijn knapzak. Opeens zag hij in de verte ruiters naderen. Stomverbaasd keek hij toe, het waren de andere zeven ridders uit de keurgroep. Ze rolden een zware steen weg en kwamen in het naburige land. Ze droegen zwart klederen. De witter ridder en zijn paard kwamen behoedzaam naderbij. Hij ontdekte een bordje waarop met bloed geschreven stond ‘Heksenland.’ Inderdaad . Er waren tientallen heksen bezig, zakken te vullen met blauwe bloemen, die een zeer aangename geur verspreidden. “Op middernacht,verwacht ik jullie en strooi de bloemen uit over het hele land. Iedereen wordt bedwelmd en zal zich niets meer herinneren.
Aan jullie verdeel ik het zevende van dit rijk. Er zullen dus zeven koningen zijn en iedereen moet aan elke heks gehoorzamen.” “Zeven koningen” mompelde de witte ridder, “Dit moet ik verhinderen.” Het was reeds duister geworden en de zwarte ridders bleven ongemerkt. Maar wat nu gedaan? Hij zuchtte zo diep, dat een rotsblok naar beneden tuimelde. Toen reed hij naar de koning en deelde hem dit alles mede. “We moeten die doorgang verhinderen voor het te laat is” zei hij bedenkelijk. Maar hoe? “Ik ben de bergenkoning, vertrouw op mij en stel u op aan de ingang van Heksenland.” Precies om middernacht, namen de zwarte ridders de bedwelmende bloemen, om ze uit te strooien. Om middernacht, was er een zo grote aardschok, dat vele grote rotsblokken de doorgang belemmerden en de zwarte ridders bleven voorgoed in Heksenland. “Mijn rijk deel ik met U” sprak de koning tegen de witte ridder. “En ik mijn leven met u” sprak de zeer bevallige prinses. Toen ook de wijze vorstin goedkeurend knikte, begon de witte ruiter op de luit te spelen en zong met zoveel gevoel zijn eigen liefdeslied voor de prinses. “Wij horen voor immer en eeuwig bij elkaar” klonk het gemeend.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.