Het wonderwater.

Een koning had een beeldmooie, maar zieke dochter. Ze droomde, dat twee ridders een wonderdrank kenden, om haar te genezen. Ze zou met één van de twee trouwen. Toen ze ontwaakte, vertelde ze haar droom aan de koning en de koningin. De vorst zond onmiddellijk twee ridders op weg, met elk een stenen kruikje. De ene was eerlijk en de andere vals. Hij hoopte ook koning te worden. De eerste ridder echter, beminde in stilte, het bekoorlijke en minzame prinsesje. Haar genezing, was het allerbelangrijkste voor hem. Ze togen op pad. In de avonddeemstering, ontdekten ze een bron, maar in een grot sijpelde aan de rotswand een prachtig gekleurd water, rood door de laatste zonnestralen, dit was het wonderwater. De twee ridders vulden hun kruik. Ze sliepen op het veld. De valse ridder, deed alsof hij sliep en goot het wonderwater uit het kruikje van de andere ridder uit, op het land. Hij vulde nu de kruik, met water uit de gracht. De volgende ochtend, in de grot dronken de ridders in hun handpalmen van het wonderwater. Opeens leken de twee ridders nog gezonder en knapper. Op de terugweg, zagen ze reeds de wachters van het paleis. Toen sprong plots een levenslustige haas op hun toe en de twee
stenen kruikjes braken. Ze waren allebei zeer bedroefd. Ook de koning en zijn gade, maar vooral de lieve prinses waren ontgoocheld. De eerlijke ridder beloofde terug te keren naar de grot, doch eerst moesten ze uitrusten. Hij had ook een bloem bij zich, droeg deze op zijn hart, om aan de kroonprinses te schenken. Nu kreeg hij een droom. De woudfee verscheen aan hem en strak “Pers het water uit de lange steel van de bloem en vul met dit sap een kristallen glaasje. Bij het ontbijt bracht de ridder het kostbare vocht en sprak “Drink dit glaasje uit en u bent genezen. Nu kleurde het rozerood van de morgen de bleke, bijna doorschijnende wangen van de prinses. De ridder keek sprakeloos toe, nog nooit had hij een zo mooie en gezonde prinses gezien. Hij bracht haar een spiegel en zij keek verrukt naar zichzelf. “Het mooiste vind ik je zeer liefdevolle ogen” fluisterde hij. “En de jouwe” antwoordde ze zacht. Het nieuws maakte de koning en de koningin zeer gelukkig. Nu kreeg de koning een droom, “De andere ridder is oneerlijk. Geef hem een ander werk. Hij moet … glasblazer worden!”… Op het huwelijksfeest brak geen enkele kruik, fles of glas. De bruid en de bruidegom dronken op hun beurt, uit het kristallen glaasje en bleven gezond en gelukkig.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.