De herberg op de heuvel.

Het was avond in de herberg, die vlakbij een kruispunt gelegen was. Het was een mooie genoveerde boerderij met veel stallen. De herbergier en zijn vrouw genoten van de flikkerende open haard met een glas rode wijn. “Onze twee zonen zijn volwassen en ik geef hun nog vandaag hun erfdeel” sprak hij. De herbergierster stemde onmiddellijk toe. “Wij hebben jullie iets belangrijks te zeggen” riep de moeder op hartelijke toon. Twee flinke kerels kwamen nieuwsgierig in de gelagzaal en hun vader stelde hun het volgende voor. “Jullie hebben recht op jullie erfenis” maak er een tweede herberg van. De oudste koos voor een grote blokhut, om boven op de beboste berg te wonen. “Ik maak er een derde herberg van, vooral met dit prachtig uitzicht” klonk het verzekerd. De jongste zoon wou in de stad verblijven. Een gast, die nog wat drank wou halen, ving de laatste woorden op. Het duurde niet zo lang en de nieuwe herberg in de stad kreeg veel klanten. De andere jongeman begon de steile weg te beklimmen. Hij stelde timmerlieden aan en deze begonnen tafels, stoelen, kasten en bedden te timmeren. De moeder haakte mooie bedspreien en de kameraden van de oudste zoon, zorgden voor de rest. Het werd een prachtige derde herberg en de nieuwe eigenaar besloot als eerste, die nacht daar te overnachten. De volgende ochtend echter keek bij wanhopig rond, want… alles was verdwenen!… Hij herinnerde zich, dat dezelfde gast uit de herberg van zijn ouders, op die bewuste avond, waarover een erfenis spraak was, de vorige avond daarvoor een glas wijn met hem had gedronken. “Natuurlijk met een slaapmiddel erin” zuchtte hij. “Ik ben hier om je te beschermen” klonk het plotseling. Hij sprak hem toe met opgewekte toon. Daar stond een rijzige oude man, met een wijde kapmantel en een zwarte fluwelen punthoed. “Een tovenaar?!” vroeg de jonge man hoopvol. “Wil mij dan toch helpen om alles terug te halen? “Zeker” antwoordde de magiër op één voorwaarde, dat ik zolang als ik leef, een kamer gratis van u krijg.” “Dat is toch het minste wat ik kan doen” antwoordde hij dankbaar. Op dat ogenblik beklommen de eerste gasten reeds de steile weg… Men hoorde opeens uit het bos jammeren en klagen, want zie… alle meubels vlogen naar de bergtop en plaatsten zich in de derde herberg. De oneerlijke gast met zijn vrienden, moesten tegen wil en dank, het overige op de steile weg sleuren. Daar sprak de tovenaar op dreigende toon “De herberg op de heuvel zal steeds heel veel klanten hebben. Ik zou jullie kunnen betoveren in kruipend ongedierte, maar mijn jonge vriend heeft veel dienaars nodig. Zijn jullie akkoord, want ik waak hier elke dag en nacht!” “Wij kunnen wel van geluk spreken” en deze keer klonk het rechtzinnig uit de mond van de late gast… De eerste reizigers dachten, dat het om een spektakel hing en vertelden het aan iedereen. De herbergier en zijn vrouw genoten van een rood glas wijn en toostten op het geluk van hun zonen en de vele gasten!…

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.