De kleermaker.

Raf en Ruf waren tweelingen. Ze woonden bij hun grootvader om de stiel van kleermaker te leren. Hij was zeer goed bekend en kreeg zelfs bestellingen van de koning en zijn koetsier. Hijzelf had ook een koets met een bordje waarop geschreven stond ‘Leverancier van het Hof’. Voor de vorst naaide hij met gouddraad en voor zijn bediende met zilverdraad. Hij was ook ontwerper en een geduldige leermeester. Zijn kleinzonen Raf en Ruf waren uitstekende leerlingen en werden flinke jonge mannen. Zekere dag had grootvader een bestelling gekregen van de koning en de kledij was prachtig, hij vroeg deze maal Raf en Ruf de kleren met zijn koets naar het paleis te bezorgen. Ze waren opgetogen en hadden zelfs een doos met schaar, naalden en ook goud en zilverdraad bij. ze genoten van de rit en besloten even uit te rusten. Uit voorzorg namen ze de twee pakken voor het paleis mee en gebruikten ze als hoofdkussen. Het was een mooie zomerdag en de tweeling viel in slaap. Toen ze ontwaakten zag Ruf dat hij lompen droeg. De kleren waren verwisseld. “Zo ga voor als we het paleis binnendaan” trooste Raf. Aangekomen namen ze de dienstboden ingang. Ze kregen een kamer aangewezen. “Wat nu? ” zuchtte Ruf. (Wordt vervolgd).

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.