Van een man die alles kan.

Een flinke jonge man zag een bericht aan de muur van het raadshuis: ‘Het paleis biedt een betrekking aan, voor een man, die alles kan.’ Reeds hadden zijn vrienden hem in het oog en ze besloten hun kans te wagen. Ze traden binnen en meldden zich aan. “Jullie krijgen een grote linnen zak, om wat materiaal bij te hebben en draag hem op je schouders. Het is twee dagen stappen” vervolgde de raadgever op vriendelijke toon. Ze ontvingen hun zak en dankten. Buiten gekomen duimden ze voor elkaar. Zo bracht de zoon van de kleermaker een schaar mee, de andere een verfkwast, een hamer, een truweel, een kam en een pollepel.”En jij vroegen ze aan hun makker?” “Vermits jullie dit allemaal hebben, dan breng ik een spade mee” antwoordde hij. Tegen de avond genoten ze van een lekkere avondmaaltijd met een goed glas rode wijn en konden slapen in de herberg. De jonge man, die de spade had meegebracht, raakte moeilijk in slaap. Hij vroeg zich af of hij wel de betrekking zou krijgen.Hij bleef maar piekeren tot hij sliep.Toen kreeg de jonge vriend, die de spade had meegebracht, een droom. Hij droomde, dat hij in het woud was en dat een geel bloemeke zacht tegen hem sprak “Ik zal je helpen. Pluk me en draag mij altijd bij u.”Bij het krieken van de dag, lag het kleine gele bloemeke uit zijn droom. Alle twijfels vielen van hem af en hij stak het in zijn zaK. Eindelijk zagen zij het paleis. Er stonden wachters voor de poort, maar de portier, die van hun komst verwittigd was, leidde hun bij de koning. “Feitelijk zoek ik een man, die alles kan” verduidelijkte hij zich.” “Sire,” wij zullen ons beste doen” beloofden ze. “Ga maar naar de keuken, het eten staat voor jullie klaar en elk krijgt een kamer. Morgen beginnen de proeven.” Het werd avond. De man met de spade, zette zijn zak naast zich neer en zag een schaduw voor de muur. Hij kon niet zien of de man groot of klein was, slank of goed gebouwd was, want het was een kruipende gestalte, maar sliep terstond in. De volgende dag moesten alle kanditaten zich melden met hun zak. Maar! De jongen, die van het geel bloemeke gedroomd had, vond zijn zak niet naast zijn bed. Opnieuw raakte hij in paniek. Hij moest zich als laatste aanmelden. De koning en de raadgevers keken toe, hoe zijn kameraden een pak knipten, een muur schilderde, een klein tafeltje maakte, een muurtje metste, hun haaar kamde en goede soep maakte. “Kan je nog meer dan dat?” wou de koning weten. “Neen, dat konden zij niet” antwoordden ze. De laatste man verontschuldigde zich dat zijn zak zoek was. De koning fronste de wenkbrauwen, maar op hetzelfde ogenblik, bracht een lakei de gemiste zak naar de koning. Hij boog diep en sprak “Dit vond ik in de vijver.” Dan begon de jonge man vlug een klein tuintje aan te leggen en koos vele kleine gele bloemetjes. “Heel goed?” “Alles” antwoordde de man naar waarheid en hij deed alles, wat zijn vrienden hadden gedaan en zelfs nog beter. “Jij krijgt de betrekking” sprak de koning lovend tegen de winnaar, ” Maar hoe kwam je zak in de vijver terecht?” “Een schaduw gleed over de muur en ik viel in slaap” sprak hij. “Hoe zag de gestalte er uit?” wou de koning weten, “Toon mij eens jullie handen.” De metser had nog wat mortel aan zijn handen, maar ook… aan de gestolen zak. Als straf kreeg hij ook een betrekking, “Jij mag voor altijd het onkruid uittrekken, vermits jij zo goed kan kruipen…” gromde de koning.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.