Harten van steen. Symbolisch sprookje.

Een vermoeide reiziger, wist dat er onweder op komst was. Het was reeds laat en hij zocht een onderkomen. Gelukkig zag hij een verlicht raam. Hij stond hij voor een burcht en klopte aan. Een eeuwenoude eiken deur ging open. “Kan ik hier misschien overnachten?” vroeg hij. Zonder een woord te zeggen, wees een bediende hem een kamer aan. Maar er was geen tafel of stoel noch bed. De kamer was leeg. “Ik heb gelukkig een dak boven mijn hoofd” sprak hij tot zichzelf. Hij leunde op zijn rugzak en sliep. ’s Ochtends kwam een andere bediende, zonder kloppen, de kamer in. Hij gaf hem een theepot, zonder tas, maar ook de theepot was leeg. Ook was er iemand die hem een lege wijnfles aanbood. De reiziger had er genoeg van. Al dat geheimzinnige gedoe. Hij had maar één wens, buiten te zijn. Aan de poort stond de koning zelf. “Ik moet me verontschuldigen over het slecht gedrag van mijn personeel” vertrouwde hij de reiziger toe. “Mijn bedienden zijn behekst, zelfs mijn beeldschone dochter. Op een zomerdag, kwam een heks in de tuin van het paleis binnen. De prinses nam vriendelijk deel aan de babbel met haar onderdanen. De heks opende haar handen en daar zagen ze een prachtige stralende briljanten steen. “Raak hem maar aan” fleemde ze. Iedereen mocht het juweel aanraken. Maar op dat moment bevroor het water in de vijver en het water van de fontein werd één grote ijskegel. Terzelfdertijd kregen alle omstaanders een hart van steen. Vlug nam ze het kleinood en verdween. De koningin en ik hebben het zien gebeuren van op het balkon.” “Ik wil deze steen verpletteren als ik hem vind”, antwoordde de flinke jonge man. “Ik wijs u de weg” sprak het paard die alles gehoord had. Eensgezind togen man en paard op zoek. “Ik zie het huisje van de heks” meldde het dier. Ze wachtten tot het avond werd en zagen hoe de heks op haar bezemsteel zweefde. Toen vonden ze de prachtige steen op de tafel. De knappe jonge man had een zeer zware steen bij zich en verpletterde hem. Hij brak in honderd kleine stukjes. Op dat ogenblik was de betovering verbroken. Vrolijk keerden ze terug. Van in de verte, hoorden ze het klaterende water van de fontein en het kabbelende water in de vijver. In de tuin klapten de bedienden in de handen. De koning en ook de koningin beloonden hem met een beurs met goudstukken. De bekoorlijke prinses gaf hem een ruiker bloemen en een zoen. Het paard kreeg extra haver en een schouderklop. Toen de heks van haar zwerftocht terugkeerde, nam ze haar bezem om de vloer te vegen. Het was nog nacht en ging slapen. Verbaasd zag ze, dat er aan haar voordeur een mooi mandje met heel veel kleine stenen bloemetjes stond en begreep, dat haar steen veranderd was. Ze wou het aan haar arm hangen, maar dat was te zwaar. Niemand kon ze er nog mee beheksen. Op het paleis was iedereen terug vriendelijk en hartelijk met elkaar. Dit werd een feest waarop de koning verwees naar een tweede, namelijk het huwelijk van de kroonprinses met de onvervaarde reiziger. Er werd gegeten, gedronken, gedanst, gezongen en gepraat. Gelukkig was de burcht wel van steen.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.