Een olifantje en een vlinderke. Door Frans uit Nazareth.

Verdrietig strompelt een lief olifantje door de stille paden van het grote woud. Zopas had hij zijn maal verorberd. Dat moet nu eenmaal gebeuren. Maar waarom altijd zo alleen blijven? Olike, want zo was zijn naam dacht af ze toe: “Ik ga op zoek naar een lief olifantje waar ik kan mee spelen dat de bomen er van kraken. Olike stapte verdrietig voort. En terwijl hij naar omhoog kijkt, ziet hij op een tak een mooi blauw vlindertje zitten. Zijn vleugeltjes fladderden hoog in de wind. “Dag olifantje” zei de vlinder. “Dag vlinderke” zei Olike. De vlinder, met de naam “pimpel” zei “Je ziet er zo droevig uit.” “Dat ben ik ook en erg veel,” zei Olike, zei Olike. “Waarom ben je zo troosteloos?” vroeg Pimpel. “Zet je eventjes op mijn slurfke” zei Olike,”want dan kan ik beter met je praten.” “Mijn hart is zo zwaar beladen.” “Ik ben op zoek naar een vriendinneke.” “Ik leef al jaren in mijn eentje en voor mezelf en dat ben ik beu.” “Ik wil me inzetten voor een soortgenootje.” “Ergens zal er wel een ander olifantje zijn dat zo eenzaam is als ik.” “Wel” zegt Pimpel, dan kan ik je helpen.” “Toen ik gisteren mijn dagelijks fladdervluchtje maakte, vloog er een olifantje dat in het gras lag te treuren.” “Ik streek op haar slurfke neer en vroeg haar wat er scheelde.” “Olike, ze vroeg of ik geen vriendje voor haar kende.” “Ik antwoordde haar dat ik zou uitkijken.” “Als je wil breng ik je er direkt naar toe.” “O schattig vlinderke, jij bent zo lief, blijf altijd in mijn buurt.” “Waak altijd als een engelbewaarderke over mij.” “Ik zal je nooit of nooit vergeten.” “Als je later ooit eens kou hebt, schuil dan maar onder mijn dikke vacht.” “Volg me,” zei het vlinderke. Vrolijk trokken ze samen op weg. Om goed de weg te tonen fladderde het vlinderke voorop. Olike trapte door modderpoelen want voor hem was er niets te veel meer teveel. Hij had namelijk al veel te lang geleefd. Na een tijdje zien ze een ander olifantje staan. Haar slurfke stak ZE IN DE HOOGTE WANT ze had het precies geroken. Lieflijk stapte ze op Olike toe en zei: “Wees welkom en zet je maar eventjes neer op mijn huizeke van loofbladeren”. En terwijl Pimpel dartel rondfladderde vroeg ze hem: “Wat kan ik je aanbieden?” “O dank je,” zei Olike die nu een opgewekt dier geworden was. “Dicht bij jou te zijn betekent zoveel voor mij.” “Blijf altijd bij mij,” zei het vrouwelijk olifantje “en deel met mij alle vreugden en smarten.” “Laat ons een gezinneke vormen en later veel kleine olifantjes op de wereld brengen.” “Laat ons zin geven aan ons leven.” “Wil je dat voor mij doen?” “Ja,” antwoordde Olike. “Morgen wil ik met je trouwen.”” “Wil jij dat?” “En Pimpel is onze getuige.” De volgende dag werd het huwelijk voltrokken in aanwezigheid van alle olifanten van het woud. Er werd een groot feest gevierd en alle olifanten hadden zich zeer goed geamuseerd.Ook ons vlinderke had alle vlinders uit het ganse woud opgetrommeld. Het woud wemelde van rode, gele, blauwe en purperen vlinders. Een zee van kleuren was het, betoverend en prachtig. Ondertussen liet het orkest de mooiste tonen weerklinken. De olifantjes dansten sierlijk en gezwind. Toen het feest gedaan was gingen allen uit mekaar, maar het blauwe lieve vlinderke bleef wonen in het huizeke van de pas gehuwde olifantjes. Ze leefden lang. Ze waren altijd gelukkig. Nu wemelt het in het woud van jonge kleine olifantjes, allemaal kinderen van de toen pas gehuwde olifantjes.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.