De wandelende sneeuwman.

Midden in de winter had het veel gesneeuwd, genoeg om een sneeuwman te maken. Buren zorgden voor een muts, een sjaal, een wortel voor de neus en kolen voor ogen en knopen. Tenslotte kreeg hij een bezem, maar men wist niet van wie. Het werd een mooie, stevige sneeuwman en toen besloot men een glijbaan aan te leggen. “Ik ga voorop” riep de grootste jongen uitbundig, maar plots sprong de sneeuwman als eerste op de gladde weg. Alle kinderen waren geschrokken maar ook vooral nieuwsgierig, toch volgden ze hem. Het werd een zeer lange sliert. Onderweg bleef de muts van de sneeuwman aan een tak hangen en wat verder ook de muts. Plots werd de glijbaan langer… en langer… Van ver zagen de kinderen nog de laatste boerderij. Ze waren al heel dicht bij het woud. “Hier ben ik” sprak plots de bezem, want het was niet de sneeuwman die gesproken had, maar wel de bezem. “Mijn meesteres vergat hem” voegde hij eraan toe. Zie, daar vloog de bezem recht naar het bos. “Kom, we keren terug voor de duisternis valt” sprak de leider. ” De sneeuwman was te zwaar om opzij te rollen en brak. “We maken een andere, kijk het begint te sneeuwen” juichten ze. Toch bleef het daarna stil, men vroeg zich af, hoe een bezem kon spreken. “In de sprookjes kan alles” verklaarde het jongste meisje dromend. “Maar het is hier zo mooi als in een sprookje” verklaarde hun voorman wijs. Van de muts en de sjaal was niets meer te zien, maar dat kon hun geen zier schelen. Toen ze aankwamen, werd er toen vlijtig een nieuwe sneeuwman gerold. Opnieuw brachten de mensen een andere muts en sjaal. Een wortel voor de neus en zwarte kolen voor de ogen en de knopen, maar deze maal geen bezem, de kinderen wisten wel beter. De volgende dag stond de sneeuwman er nog. Toen sprak de kleinste jongen “Ik zag een heks op een bezem vliegen… en ze droeg de muts en de sjaal, die de buren ons gegeven hadden”! Als in koor riepen de kinderen “Ik heb het ook gezien”! Toen het gedooid had, vond een boer de verdwenen muts en sjaal in het veld. “Voor mijn vogelverschrikker” riep hij luid. Zo zag iedereen wat er met de muts en sjaal gebeurd was. Terzelfdertijd, hoorde iedereen een hatelijke lach, het was de heks, die misprijzend antwoordde, “Ik draag liever mijn punthoed en een grote omslagdoek.” “Het is je geraden” zei de boer onbevreesd.
Opgedragen aan de Familie De Clerq uit Deinze.
Graag gedaan, Christiane Desitter en klasgenote van het stichtingsjaar van Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Reep 1, GENT. Hij was ook Leraar Nederlands en ik werd sprookjesschrijfster. Bezit een onderscheiding uit Nederland, Oord en Consult, met het sprookje De heks en de bezemsteel. Laureaat in de dichtkunst. Driekoningen, 06.01.2009

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.