Een edelman op reis.

Met een bezorgde blik, wandelde de koning van de slotpoort tot aan de woning van een bevriende tovenaar. Men kon dit huis gemakkelijk herkennen aan het puntvormige dak, met de mooie kleine ovale raampjes, die als ogen naar buiten keken. “Sire wat kan ik voor u doen?” vroeg de tovenaar bij het binnenkomen. “Ik heb dringend uw hulp nodig” zuchtte de koning. “Ik heb zoveel klachten gekregen van mijn onderdanen. Er worden herhaaldelijk vreemde gebeurtenissen waargenomen in een paar steden en dorpen. Onlangs veranderde de kleur van de vijvers in paars. Alle schapen waren dood en ook de veestapel in de stallen. Alle schuren stonden in brand, enz.” “Ik ga eens onmiddellijk in mijn glazen bol kijken” sprak de tovenaar.”Ik zie vele boosaardige heksen, die bij volle maan aan het dansen zijn in het woud en ze beramen snode plannen. Ik zal eens een kijkje nemen en maak me onzichtbaar. Kom wat later terug bij halve maan en zal het u laten weten” beloofde hij.De tovenaar hield woord. Hij was ontsteld van wat hij te zien kreeg. De heksen veranden zichzelf in grote vogels met een piepklein bezemsteeltje in hun bek. De tovenaar vloog mee. De betoverde vogels daalden af in een korenveld en verwoestten de oogst. Verbolgen riep de tovenaar “Laat dit nu de laatste keer zijn en ik zal de schade herstellen. Bovendien laat ik uw bemenstelen opbranden.” “We maken vlug anderen” grinnikten ze en vlogen weg. De tovenaar klapte in de handen en het korenveld was nu nog mooier met zoveel wiegende korenhalmen. Het werd halve maan en de koning ging terug bij de tovenaar te rade. Deze vertelde wat hij gezien had. “Ik ga eens de oudste tovenaar bezoeken. Hij woont in Niemandsland en is de meest geleerde. Zoek iemand aan wie ik enkele toverformules kan aanleren en hoe je onzichtbaar kunt worden” vervolgde hij. De vorst dacht na en sprak “Ik ken een edelman, een nobele ridder, knap en onvervaard en ik laat hem roepen” klonk het opgelucht. De edelman kwam terstond en luisterde. “Akkoord, op één voorwaarde, dat ik mijn toegewijde kamerheer mag meebrengen” antwoordde hij. Zo leerden ze de toverformule: ‘Wel, wel, wel! Dit is geen spel. Verdwijn in het woud of ik maak je koud’. Ook wisten ze, hoe ze onzichtbaar konden, gewoon door in de handen te wrijven. Zo kwam de rust terug in het land. Bij zijn terugkeer vroeg hij aan de tovenaar “Heerst er vrede in Niemandsland? Is er vriendschap tussen de mensen?” “Jazeker” antwoordde de tovenaar en ik wil hem gaan bezoeken” “dan gaan we ook op reis naar Niemandsland sprak de edelman en we blijven er voorgoed.” Ze genoten van al het mooie en goede van dat land en ze bleven er voor eeuwig…

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.