Drie zusjes en drie kikkers.

Drie jonge meisjes rustten wat uit in de tuin, dicht bij de sloot. Geamuseerd luisterden ze naar het gekwaak van drie kikkers. Moeder kwam naderbij en sprak stil “Wij hebben sinds lange tijd, geen nieuws meer gekregen van vader die op reis is. Jullie moeten hem tegemoet gaan. Elk neemt een andere weg. Ik geef jullie elk een geldbeugel met elk een goudstuk, een zilverling en een koperen cent, morgenvroeg gaan jullie op pad. Midden in de nacht, opende het oudste meisje de geldbeugels en verwisselde de muntstukken. Zij had drie goudstukken, de tweede, drie zilverlingen en het jongste zusje drie koperen centen. De drie kikkers hadden alles gehoord en gezien. Niets vermoedend vertrokken zij. Na een poosje hield de jongste stil, vergezeld door de drie kwakende kikkers die plots begonnen te spreken.. “Wij komen u beschermen” kwaakte de oudste kikker, “Doe eens uw geldbeugel open.” Het vriendelijke meisje gehoorzaamde maar werd lijkbleek. “Wie heeft mij bestolen?” snikte zij. “Kom, wij gaan een bezoekje brengen aan de tovenaar, diep in het woud” troostten zij haar. De magiĆ«r ontving hun zeer vriendelijk. “Ik zie je vader in mijn toverbril” wendde hij zich naar het meisje “Ik zal verklappen waar hij is, onschuldig gevangen, maar eerst moeten jullie zingen.” De kikkers zongen van “kwak, kwaak” en het meisje sloeg de maat al zingend. Toen veranderde hij de drie kikkers in drie jonge mannen; een metser, een schoenmaker en een wever. Aan jullie om de vader te bevrijden!” sprak hij vrolijk. “Wij komen nog terug” beloofden ze dankbaar. In de stad aangekomen, vonden ze alle vier werk in het gevang. Het meisje knipoogde naar haar vader toen de metselaar een hoge muur moest bouwen. Een gedeelte liet hij open zodat men kon ontsnappen. Een wever weefde een tapijt met de kleuren van de stenen en gooide het over de muur toen de duisternis gevallen was. De schoenmaker maakte lichte sandalen en verving de loodzware botten van de vader. Na de avondmaaltijd, die zij voor de gevangenen had bereid, verdween zij achter het tapijt samen met de wever. De metselaar, maakte ongezien de stenen los uit de cel van de vader en volgde. De schoenmaker vulde de schoenenvan de cipiers met keitjes. Bij de aflossing van de wacht ging alles bliksemsnel. Onhoorbaar verwijderde hij de losgekomen stenen. Met lichte tred haastte de schoenmaker zich naar het tapijt over de muur, vader voor zich voortduwend. Achter het tapijt hoorde men kikkers kwaken. Niemand vond dit gekwaak verdacht en… allemaal stonden zij op straat. Vader was dolgelukkig. De tovenaar wachtte hun op in een koets en bracht hun veilig naar het huis. Moeder was in de wolken van geluk alsook het jovader. Plots was de koets verdwenen… maar in de sloot kwaakten de kikkers als nooit te voren. “Nu zal ik mijn twee andere dochters zoeken” sprak vader. “Hoeveel geld heb je nog?” vroeg de moeder aan haar jongste. Gedwee opende zij haar geldbeugel en toonde de drie koperen centen… “Jij bent niet alleen de vriendelijkste, maar ook de slimste” gaven de ouders toe. Na een lange tijd kwam de oudste terug. Berooid. De goudstukken waren verbrast. Ook de tweede had geen geld meer. De zilverlingen hadden voor veel vermaak gezorgd en niet om vader te zoeken. Zij hadden veel spijt over hun daden en verwenden nu het jongste zusje en de ouders op alle wijzen. Daar kwam een prachtige koets aan… een metser, een wever en een schoenmaker kwamen naar het huis… maar op hetzefde ogenblik waren er geen kikkers meer in de sloot… een boze heks had ze betoverd. De tovenaar verbrak de betovering omwille van hun goede daad. Het gevolg was een driedubbele bruiloft!

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.