De verborgen zakdoeken…

Drie vrienden besloten een trektocht van een week te maken. De eerste dag, besloten ze samen te wandelen en te zingen in de natuur. Dan ging elk zijn eigen weg. Iedereen had zijn knapzak en tent bij. Rond het kampvuur, knoopte elk een zakdoek rond de tak van een boom. Plechtig,legden ze er elk een baksteen bij. Bij hun terugkeer, noteerden zij dag en uur. Wie de eerste aangekomen was, mocht zich de leider noemen. Bij het krieken van de dag, sloeg iedereen een andere weg in. Dan, kwam een heks te voorschijn, die alles van ver gezien en gehoord had. “Ha, ha, ha, ik heb juist nieuwe zakdoeken nodig,” lachte de heks. “En de stenen, die komen ook van pas” grinnikte zij boosaardig. Op hun beurt, hadden drie vogels ook alles gezien en begrepen. “Wij blijven hier wachten tot de jongens komen opdagen” spraken zij. “Maar hoe weten zij, dat dit de juiste plek is?” vroeg een vogel. “Ik trek drie zakdoeken van een wasdraad, zo hebben zij toch al iets bij hun terugkomst” antwoordde een andere. De derde vogel, fladderde tot aan het huisje van de heks en bracht verslag uit. Zo verstreek een week. Daar kwam de eerste jongen aan. Hij herkende de zakdoeken niet, want hun moeder had op elk hun naam geborduurd. Toen zetten de drie vogels zich neer op zijn hoofd. Zij keken naar dezelfde weg en begonnen te klagen. De jongen begreep, dat de vogels iets wilden vertellen. Zij vlogen de ene na de andere en de jonge man volgde. Daar hingen de geborduurde zakdoeken aan een draad. Wat verder lagen ook de stenen. Daar stond plots de heks oog in oog met de jongen. “Ik wil ook meespelen is” stelde zij voor. “Goed” sprak jongen “Ik ga hun opwachtten.” Maar op een wenk van de heks, veranderden de stenen in een hoge muur rond haar huisje. De derde moest nu de zakdoeken netjes strijken en vouwen. Hij legde ze met de naam naar boven. De tweede jongen, vond ook de hoge muur en begon een liedje te fluiten. De gevangen jongen floot het mee en wachtte af. Hetzelfde herhaalde zich bij de derde. Toen veranderde de heks de hoge muur terug in de drie stenen. De eeste jongen sprak “Ik was hier de eerste en ik ben de leider” sprak hij eerlijk, maar de heks antwoordde “Ik ben hier de baas en ik beslis wie de leider is.” Daarop nam zij de drie zakdoeken en elk kreeg de zijne. De twee anderen zetten het echter op een loopje. “Bangerikken” sprak de heks minachtend. “Jij bent de leider!” Maar ik heb geen groep meer” zuchtte hij. Opeens werden de tenen van de gevluchte jongens zo groot als hun voeten. “Help ons” huilden ze. De leider knikte genadig en wreef met zijn eigen zakdoek hun tranen weg, maar hun tenen leken op zwemvliezen. Zo keerden zij huiswaarts. Maar als leider zocht hij een oplossing. “Wij zijn geen bangerikken maar vluchtelingen” riepen zij luid. De heks, die ook nu, weer alles gezien en gehoord had, sprak opnieuw “Ik wil nog eens met jullie spelen” “Kom, jij mag ook meedoen” beval de leider en zo kregen de anderen terug normale voeten. Toen zij zich zo moe gespeeld had, kroop de heks op haar bezem en verdween naar andere streken. “Wij moeten nog onze drie bakstenen halen” meende de leider en al fluitend brachten zij deze mee. Zij bleven vrienden als voorheen. “Wanneer gaan wij nog eens op trektocht?” vroeg hij schalks, “Jij blijft onze leider” klonk het als uit één mond.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.