De landbouwer en de drie paarden…

Een landbouwer kwam terug van het zware werk op het veld en zag opeens drie koetsen in volle vaart voorbij rijden… Er waren ook drie koetsiers, elke man droeg het kleur van het rijtuig en het paard. Zwart, bruin, wit. Deze koetsen en hun dravers kwamen kennelijk uit een vreemd land oordeelde de boer. Wat verder hield de eerste koets stil. De landbouwer zag, dat de koetsier blind was. “Ik geef je wel een arm” zei de landbouwer.”Ik ben de duisternis gewoon, maar hier ken ik de weg niet”, sprak de in het zwart geklede koetsier. Op dat ogenblik, hoorde de boer knallende zweepslagen. “Ik ben niet doof” riep de boer, maar hij zag, dat de in bruin geklede man teken gaf dat hij doof was. “Een blinde, die niets zag, maar alles hoorde, een dove, die niets hoorde, doch wel alles zag, dit was toch een raar gedoe, dacht veldarbeider. De boer voelde zich zeer moe. “We vormen een raar trio” meende de boer. Hij was de hoeve genaderd en daar ontwaardde de eigenaar, de wit geklede man, die de grootste moeite had, om zich van om zijn wit paard los te maken… De boer, die nu wel één al gewoon was, keek toe en zag dat de derde ruiter stom was. “Derde keer, goede keer “lachte de hoevebewoner, al bij al, vond hij de situatie wel grappig. De landbouwer leefde er gans alleen, behalve de kat, die hem al miauwend welkom heette. De kater kon zien, horen, miauwen en spreken. Het was een kat van een verhuisde heks… “Ik kan meer dan jullie drie samen” pochte hij. Zijn meester, die elke dag zeer vermoeid was van het vele werk op het land, ook omdat hij geen zonen of knechten had, zou wel wat hulp kunnen gebruiken meende hij en zette zijn plan uiteen. “Jullie krijgen kost en inwoon, we herstellen de koetsen, verzorgen de paarden en verhuren ze in plaats van het afmattende werk op het land” kwamen ze overeen. Plots miauwde de kat van de boer hartverscheurend, een heks vloog net op haar bezem voorbij, op zoek naar haar lievengspoes. Bij de boer vond de heks haar kat terug, maar de kat wilde bij de landbouwer blijven. Opeens waren koetsen, paarden en koetsiers verdwenen en ze veranderden terug in poezen “Hou de kat maar” sprak de heks, “Nu ik mijn negen poezen terug heb, vorm ik een poezenstoet.” De heks bedoelde de drie koetsen, de drie paarden en de drie koetsiers. Ze had ze vroeger veranderd. Ze vergat, om te zeggen, dat alles goed gelukt was. “Ik zoek een nummer voor het cirkus” hoorden ze een voorbijganger vragen. Hij was het hoofd van de woonwagens. “Een sprekende kat met haar meester” juichte deze. “Hier zijn we” riepen de kat met de landbouwer, die het werk op de boerderij te zwaar vond. “Heb je een paard?” vroeg hij aan de landbouwer. Hij antwoordde, dat hij te arm was om een hengst te kopen. Toen smeekte hij de heks hem terug in een wit paard te veranderen. Deze vraag was wel heel onverwachts. De heks dacht na maar stond de verandering niet toe. Op dat ogenblik, scheurde een vogel een blad uit haar toverboek met de toverformule om iemand te veranderen, ook dat alles goed gelukt was. Zie! Daar stond het prachtig paard terug en kon zelfs spreken. Van ver riep de vogel om ook de koetsiers en de koetsen te veranderen en voegde er aan toe, dat alles goed gelukt was. Iedereen zag en sprak. Samen vormden ze het mooiste cirkus van het land. De arme boer was nu heel rijk, en de poes likte haar pootjes…

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.