De heks en de hond met een zonnebril…

Een flinke jongen had een kruiwagen waarmee hij zakjes aardappelen mocht uitdragen. De groentenboer was heel blij met de hulp van de knaap. Als beloning kreeg hij ook een zak mee naar huis voor het ganse gezin. Toch was hij niet helemaal gelukkig, hij miste zijn hond die altijd meehuppelde… Hij had zelfs zijn zonnebril op de neus van het dier gezet. De viervoeter was echter niet meer in leven. De jongen ging naar zijn kamer en legde de zonnebril op de vensterbank als herinnering aan hem. Het was al laat en het was een warme zomernacht, zo viel de jongen in slaap. De heks die juist voorbijvloog op haar bezem zag de zonnebril liggen… vlug nam ze hem mee naar huis. De heks was er altijd op uit om iets te stelen. Ze zette de bril op en keek naar de prachtige sterrennacht. “O wat is dat donker zei ze”. De volgende morgen keek ze weer naar de hemel en zag dat die bril haar moest beschermen tegen de zon. Op zijn beurt was de knaap ook al wakker “Waar is mijn zonnebril”? riep hij ontdaan. “Het zou kunnen dat de boze heks hem meegenomen heeft of een vogel” troostte zijn vader. Toen hij met zijn kruiwagen de aardappelen afzette ging hij naar het laatste huis van het dorp. “Ik zag even uitrusten” mompelde de jongen. Plots zag hij echter een echte heks… Vlug verstopte hij zich achter een dikke boom… “Ik heb je wel gezien”,ha ha ha”, grijnslachte ze. “Kom we gaan verstoppertje spelen” zei ze op een toon die geen tegenspraak duldde. Zo kwamen ze zeer dicht bij het huisje van de heks. “Nu moet ik zeer vlug naar huis” zei de jongen, “Op één voorwaarde dat je me ook een zak aardappelen brengt” zei ze. “In orde” zei hij. De heks betaalde met een zilverling, “Dit is teveel” zei hij. “De rest is voor u” zei de heks. De volgende maal gaf de heks hem een goudstuk. “Maar dat is meer dan te veel” opperde de knaap, “Je mag eens mijn ruiten wassen” zei de heks. Toen zag de jongen zijn zonnebril liggen!… De heks zette de bril op haar neus maar die wrat zat wel in de weg… De verstandige jongen bedacht dat de heks omwille van die puist de zonnebril misschien niet meer moest hebben. “Mag ik die zonnebril hebben inplaats van het goudstuk”? vroeg de jongen zeer beleefd. “Dat weet ik niet” antwoordde de heks, “Je mag hem wel eens opzetten en in mijn betoverde spiegel kijken” zei de heks goedgemutst. En toen… kon hij zijn ogen niet geloven: in de spiegel zag hij zijn hond met de zonnebril!!… “Ja” sprak de heks, iedereen die deze zonnebril op zijn neus gezet heeft blijft leven. “Maar dat kan toch niet”, wedervoerde de overlukkige jongen, “Toch wel” sprak de heks “Je mag die spiegel en de zonnebril hebben”, antwoordde ze “Binnenkort ga ik naar het uiteinde van de wereld en ik zocht juist een goede waakhond, intussen mag je op mijn huisje passen” zei de heks. Plots was de heks verdwenen… De jongen hield woord, keek in de spiegel met de zonnebril op en DAAR… STOND ZIJN HOND! “DIT KAN SLECHTS IN SPROOKJES” ZEI ZIJN VADER WIJS… De heks kwam nooit meer terug… MAAR HET SPROOKJE IS GEBLEVEN! …

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.