Moord op het balkon. Zoeken wat ontbreekt.

James Hunter en John genieten van een weekend in Barcelona. Door het raam zien ze de vele toeristen. Plots horen ze een wanhopig gegil en zien ze hoe een man neerstort voor hun hotel. De detective en zijn broer John nemen onmiddellijk de lift. Buitengekomen staan er reeds veel omstaanders en ligt het slachtoffer. Tussen de menigte is er ook een dokter aanwezig. Deze kan alleen de dood vaststellen. Vlug is de politie aanwezig en rijdt een ambulance voor. Dan verspreidt de menigte zich en James Hunter en zijn broer gaan in de bar iets drinken. Ze zijn gans ontdaan. “Sorry, ik logeer op de tweede verdieping en ik heb de schreeuw gehoord. Ik kom uit Oostenrijk en verblijf een maand in dit hotel”. “Wij op de eerste” licht de detective hun in. “Ik wil toch een foto nemen van het balkon op het derde” verklaart James Hunter. Hij laat het kiekje vergroten en weet reeds veel. “Het gaat niet over een ongeval of zelfmoord, maar wel over moord”. John weet dat niets ontsnapt aan de blik van de detective. “Maar wie is dan de moordenaar”? vraagt de oostenrijker. Iemand die het hotel goed kent, een bediende, een vriend of een familielid” meent James Hunter. “Kijk nu eens goed naar de foto, ik kan men zien, hoe een klein deeltje van de omheining van het balkon onderaan ontbreekt, een ijzeren krul”. Men besluit alles aan de directie te melden. “Wie was die dag aanwezig”? vraagt de hoteleigenaar aan zijn bedienden. “Allemaal” bevestigd de personeelchef”. “Ik lok ze in een valstrik” zegt de detective arslistig. De directeur nodigt zijn personeel uit om een hapje en drankje te gebruiken. Spontaan melden zich James Hunter, zijn broer en de oostenrijkse hotelgast zich aan, om als ober te fungeren. Het regent pijpenstelen. Na afloop neemt elke bediende zijn regenjas. Er zijn wel zeer veel beige trechcots, denkt de detective en ziet een zeer zenuwachtige man. Deze neemt een regenjas, denkend dat het de zijne is. Hij past alles gegoten maar het is de regenjas van de detective. Zo trekt James Hunter, de detective een gelijkaardige trenchcoat aan. Omwille van het bar slechte weer begint hij te niezen. In zijn zak vindt hij een zakdoek die er verdacht zwaar eruit ziet. Hij opende vindt… het ontbrekende deeltje van het balkon op de derde verdieping. “Sluit alle deuren” roept de detective en wendt zich tot de hoteleigenaar. “Er is een verwisseling gebeurd bij de regenjassen”. Plots is een bediende lijkbleek geworden… “Hij is het” en wijst de dader aan. “Maar waarom?” “Omdat hij me nooit een fooi heeft gegeven en binnenkort wordt de kamer verhuurd aan een vriendelijke dame, die me altijd een flinke fooi gaf” antwoordt hij. “Heb je hem vanuit de openstaande deur een duw gegeven”? vraagt de detective. “Ja, maar hij heeft zich nog aan het onderste gedeelte van het balkon vast gehouden, maar liet het los”. “Maar wij zullen u nooit meer loslaten” zegt de recheur, die intussen binnen gekomen is.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.