De gedoofde lantaren. Letten op de omgeving.

James Hunter en John besluiten een mooie avondwandeling te maken, aan de oever van de Thames. Regelmatig zien zij dezelfde personen. Een verpleegster, die nachtdienst heeft. De gepensioneerde onderwijzeres, die les geeft aan kansarme kinderen. Verder is er het oude vriendelijke oude heertje, die altijd op zoek is naar zijn kat. Hij heeft een lantaren bij en hangt hem op aan het hekken. Hij voelt zich veiliger in het licht. Een man uit de buurt doet de karweitjes. Bij hun terugkeer, merkt James op, dat de lantaren gedoofd is. De volgende morgen, neemt James Hunter onmiddellijk contact op met zijn vriend Inspecteur Powell. Op de kortste tijd, is deze reeds aanwezig in het detectivekantoor. James vindt het verdacht, dat de lantaren gisterenavond na de avondwandeling gedoofd is. Daarop besluiten zij, alle drie eens een bezoekje te brengen aan hem. Wat later zien zij, dat de gedoofde lantaren nog altijd aan het hekken hangt. Zij bemerken ook, dat melkflessen nog altijd buiten staan. Zij vermoeden dat er iets gebeurd moet zijn. Argwagend opent Inspecteur Powell het hekken. Op de stoep klaagt de kat. Zonder moeite kunnen zij de voordeur openen. Door de openstaande deur, ziet men, dat het oude heertje nog slaapt. Het lijkt of hij in slaap gevallen is, terwijl hij een boek las. Wanneer zij naderbij komen, wordt hun vermoeden bevestigd. De oude man is achterwaarts, met een zwaar voorwerp, een kandelaar het hoofd ingeslagen. Er volgt een aangrijpende stilte… “De man is vermoord” zegt James Hunter oprecht bedroefd. Wanneer men rond kijkt, ziet men, dat er in de leefkamer veel orde is. De detective kijkt nog eens naar het boek en ziet, dat er tientallen bladzijden ontbreken… “Het moordwapen is gewikkeld in de ontbrekende bladzijden” concludeert hij. De rechercheur laat toe dat James Hunter het huis onderzoekt. Vlug vindt men vele brieven uit AustraliĆ« van de broer van de vermoorde man. “Ik nodig hem uit bij de begraving en later bij de notaris” zegt Inspecteur Powell. De detective en zijn broer besluiten de volgende avond terug naar het huis met de lantaren te wandelen. Maar… de lantaren is weg. Ze verstoppen zich achter het huis en horen hoe iemand de lantaren terug aan het hekken hangt, maar deze wordt gedoofd. De volgende avond is de rechercheur aanwezig met de politie in burger. Ze verspreiden zich. De detective ziet dat een man de lantaren aangestoken heeft en hij wordt achtervolgd door de rechercheur. Binnengekomen ontdekt men, dat de tweede man, de broer, ook vermoord wordt aangetroffen. Vermoord met hetzelfde stuk lood dat in dezelfde bladzijden verborgen wordt. “Maar de detective, die de foto’s van de broer van het oude heertje ontdekt, leest op de keerzijde ‘voor mijn broer na mijn dood” de knecht mag blijven. Het was dus de knecht die de beide broers vermoord heeft. “Ondank is ’s werelds loon” zegt hij verbitterd. “Geen huis, maar wel een cel” klinkt het verbolgen. De nieuwe eigenaar heeft de lantaren als aandenken terug aan het hekken gehangen. “Gedoofd of met licht, deze lantaren komt altijd van pas” meent hij.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.