Van de heks die nooit brieven kreeg…

In het laatste huis van een lange straat woonde een heks. Haar huisnummer was honderd. Dagelijks zag ze de postbode door de straat voorbij gaan. Vele mensen ontvingen brieven, mooie zichtkaarten uit andere landen, uitnodigingen voor een tuin- of trouwfeest, geboorte of begraving. Zij ontving nooit iets in haar brievenbus, tenzij een misplaatste grap van een rakker, zoals dit versje: “Lelijk oud wijf, hopelijk loop ik je nooit tegen het lijf”. Daar zou ze nu eens verandering in brengen. De nacht daarop verwisselde ze alle huisnummers in de straat. Voor zichzelf koos ze het nummer achtenzestig. Gespannen wachtte ze op de komst van de brievenbesteller… Eindelijk was hij daar… De heks zag hoe een grote gewichtige omslag in haar brievenbus gestoken werd! Ze opende het schrijven en las: UITNODIGING … Onmiddellijk veranderde haar vreugde in grote droefheid, het was een uitnodiging om zich naar het huis van bewaring te begeven, anders gezegd de gevangenis. Verder stond er ook in de brief, zich zo vlug mogelijk aan te melden, anders werd de bewoner van het nummer achtenzestig met de dievenkar opgehaald worden. De heks dacht eraan alle huisnummers terug te plaatsen, maar daarvoor had ze geen tijd. Haastig vertrok ze langs de achterdeur… Toen men het bedrog ontdekte werden de nummers van de huizen op hun juiste plaats gezet en de dief meegenomen. Gans de buurt was blij van de heks en de oneerlijke man verlost te zijn! De nieuwe bewoner van het huis honderd bleek een vriendelijke oude man te zijn. Nochtans zou het kunnen dat het een andere kwelduivel was… DE TIJD ZOU HET UITWIJZEN…

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.