Het rode hoedje…

Zekere nacht vloog een heks op haar bezem voorbij en zag in het maanlicht een mooi rood hoedje in het uitstalraam. Het was een dure modistenzaak, iets voor rijke mensen. “Ik ben die eeuwige punthoed beu” zei ze tegen haar bezem. “Dan ben je ook geen heks meer” antwoordde hij. De volgende nacht hield de heks halt bij de modezaak en besloot eens binnen te gaan toen het dag werd. Ze verstopte de bezem en haar punthoed in een oude kartonnen doos in het portaal van een leegstaand huis. Ze maakte zich onzichtbaar en wachtte tot de zaak openging, ze nam het rode hoedje en bekeek zich in de spiegel… Op dat ogenblik zag het vriendelijke verkoopstertje het mooie rode hoedje zweven dicht bij de spiegel… “Help” riep ze ontzet. “Het is de wind” zei een verkoper en plaatste het hoedje terug op zijn plaats. De heks bleef kijken. Een mooie en duur geklede vrouw stapte de winkel binnen. “Mag ik dit beeldige hoedje eens passen”? vroeg ze minzaam, Het stond haar voortreffelijk. “Wil je wat pluimen of zijden roosjes er op”? vroeg de bediende. “Neen, ik koop het zoals het is” antwoordde de rijke vrouw. Het hoedje werd in een ruime hoedendoos geborgen en in een wachtende koets gezet. Verdrietig verliet de heks op haar beurt de winkel, zocht de bezem om vlug de koets te volgen, maar haar punthoed stak niet meer in de doos. Met flapperend haar, volgde ze de koets… maar plots zwalpte de heks tegen de grond met haar bezem, de toverkracht in de punthoed was weg. “Het is je eigen schuld” sprak de bezem en daarenboven ben je hem ook kwijt. De koetsier had gemerkt dat er een oudere vrouw gevallen was en besloot haar te helpen. “De eigenares van het hoedje kwam ook eens kijken en zei uitnodigend “Kom maar een kopje thee drinken”. De heks die nog altijd haar bezem bij zich had werd aanzien als poetsvrouw. “Je mag elke dag het voetpad vegen” zei de rijke vrouw. “Gelukkig dat we nog samen zijn”, zuchtte de bezem opgelucht. Maar daar kwam plots een stoet voorbij… De heks herkende haar punthoed. “Dit is mijn hoed ” zei een schrandere knaap tegen de heks die hem wou afnemen. “Dat komt ervan” sprak de bezem, “geen rood hoedje en geen punthoed”meer. Na een lange tijd werd het mooie rood hoedje in een tweedehandszaak te koop gezet. Haar meesteres zag de blik van haar poetsvrouw en zei gul “Kijk, dit krijg je van mij”. Zo kon de heks eindelijk het rode hoedje dragen zoveel als ze wou.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.