De verlichte stad… en de tovenaar.

Het was feest in de stad. Toen het avondrood verdween, hulde de stad zich in het deemster. Voor elk raam staken de mensen kaarsen aan. De stad bood een feestelijke aanblik. Overal op straat stonden er tenten met wafels, pannekoeken, suikerspinnen, ook veel goochelaars maakten er een uitzonderlijke bedoening van. Dit was echter niet naar de zin van de bliksems, die hoog boven de wolken woonden. “Wij alleen kunnen het felste licht boven de stad laten zien” zegden ze boos. Ze bekeken van zeer ver de prachtige verlichte stad. “Ik ga eens poolshoogte nemen” zei een bliksemschicht en keerde afgunstig terug. De donder grommelde vervaarlijk en sprak “Nu is het genoeg”. “Het begint nu pas echt” antwoordden alle winden en plots woedde er een fel onweder. Het donderde en bliksemde dat horen en zien verging. De mensen gingen haastig naar huis. De tenten werden door de wind opzij gegooid, de wafels slingerden drijfnat in het rond en er was niemand meer buiten te zien. Maar! De verlichte stad bleef en werd klaarder doordat er steeds meer kaarsen aangestoken werden. Ook de maan koos voor de mensen uit de stad. Toen vielen er dakpannen van de daken en het water steeg in de straten. Een tovenaar, die dicht bij de rand van de stad woonde, zag en hoorde alles. Toen echter een bliksemschicht de reusachtige eik gekliefd had net voor zijn huis, werd ook de tovenaar boos, bozer dan alle bliksemschichten tesamen. Met een donderde stem beval hij “Jullie bliksemschichten keer terug vanwaar jullie gekomen zijn”, nu werd het windstil. De magiêr betoverde de eeuwenoude eik en deze vertoonde geen enkel letsel meer. De afgewaaide dakpannen vlogen terug naar de daken. De straten waren plots kurkdroog en de omgewaaide tenten stonden recht. De wafels geurden heerlijk en het nachtfeest begon. Maar! Een gulzig vlammetje likte aan de houten zoldering en wilde zich meten met de bliksem. En er ontstond brand. De mensen zaten in de tenten en het vuur verslond het huis… nog meerdere aanpalende woningen… zelfs een ganse straat werd door de vuurzee verwoest. De bliksemschichten waren verwonderd door de gloed en de kracht van het vuur. De tovenaar redde terug de verlichte stad met de uitgebrande straat. Toen was er vuurwerk te zien hoog aan de hemel… maar de tovenaar vond het schouwspel van de dansende vlammen in zijn open haard en een kandelaar met drie kaarsen even mooi en stemmig, zelfs meer romantisch dan de verlichte stad.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.