De verdwenen zanger.

Het was reeds donker en na een flinke wandeling namen twee jongens afscheid. Maar opeens riep hij zijn vriend terug “Heb je daarnet die prachtige muziek gehoord?” vroeg hij. “Neen” antwoordde hij verbaasd. “Het komt in de richting van de brug, kom je nog even mee?” drong hij aan. Graag voldeed hij aan zijn verzoek. “Het wordt reeds luider, we gaan over de brug” het was een drukke straat en daar zag men na een tijdje een berg, de helling en aan de andere kant ook de ravijn. De muziek weerklonk vanop de helling waar weinig huizen stonden, ver van elkaar. Nu werd de vriend ook zeer nieuwsgierig. Ze begonnen te klimmen en zagen in de verte een zeer groot huis. Toen ze naderbij gekomen waren, bleek het een onbewoond huis te zijn. Niet te huur of niet te koop. Het eigenaardige was, dat de voordeur en alle ramen open stonden… Nu hoorde de jongen waarvan de muziek kwam. Ze traden in een zaal en nu was ook de vriend verbijsterd, want alle mogelijke muziekinstrumenten, werden op onzichtbare wijze bespeeld. De violen op schouderhoogte, de cello lager, de gitaren daartussen in en op de piano werden de toetsen onzichtbaar ingedrukt. Er werd getokkeld, gespeeld en plots gezongen. Een welluidende jonge stem vertolkte een lied, waarin steeds opnieuw een zin gezongen werd “Waar ben je mijn vriend?” Verder stond er niets in het huis. Diep aangeslagen vertelden ze alles aan hun ouders. Deze besloten ook eens mee te gaan. De ene vriend hoorde en zag echter alles, de anderen, de bewegingen van de muziekinstrumenten. Diep onder de indruk, besloten hun vaders de burgervader te verwittigen. De volgende avond, was ook hij op post. Het was een wijs en voorzichtig man en vroeg aan de jongen, die alles hoorde “Kun je een muziekinstrument bespelen?” “Neen” antwoordde hij, maar wel mijn vriend. “Kun je goed zingen?” vroeg de burgervader aan de andere vriend. “Ja hoor” klonk het blij. “Ik denk, dat de onzichtbare zangeres, haar vriend mist, om samen een duet te zingen” klonk het overtuigend. Eerst tracht je samen met het orkest op je blokfluit te spelen en daarna zing jij” “Waar ben je mijn vriend?” De tweede vriend speelde een wijsje uit het orkest en zijn vriend zong zo prachtig en gevoelvol, dat alle ruiten in diggelen vielen en… daar stond het ganse orkest voor hen in levende lijve. “Ik mis mijn vriend, hij is betoverd door een heks op de helling en wij allen ook” antwoordde de zangeres. “Waarom?” vroeg de burgervader benieuwd. “De heks wou de jonge zanger in haar macht hebben, zodat zij alleen het liefdeslied kon horen” verklaarde zij. Allen vertrokken. Door het raam zag de burgervader een geraamte met een punthoed op de kale schedel. “Mijn vriend is daar” juichte de zangeres, maar de jonge zanger gaf te verstaan, dat het huis betoverd was en hij niet buiten kon. De twee vrienden een ruit stuk en vroegen “Waar is de heks haar toverboek?” “Ik weet het niet, want ik kon de kamer niet verlaten” sprak hij stilletjes. Maar daar stond ook de beeldmooie zangeres reeds naast hem en zong “Ik blijf waar jij bent” en onmiddellijk was de betovering verbroken. De heks duldde immers nooit een andere vrouw in haar huis. De twee vrienden het toverboek aan de burgervader. “Dit komt in de stadsbibliotheek” scherste hij. “Zo zie je maar, dat echte liefde alles overwint” klonk het blij. Het verdwenen orkest kreeg het ruime huis van de burgervader, op voorwaarde, dat jaarlijks een gratis concert zou gegeven worden aan de bewoners en dat wel een week lang. Dan keek hij naar het geraamte van de heks en besloot het te begraven. Niemand wist echter waar plots de punthoed verdwenen was.. en ook het toverboek was zoek. “Misschien heeft een wijze onzichtbare tovenaar alles in zijn bezit” concludeerde de burgervader en iedereen stemde er daar mee in.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.