De tovenaar gefopt…

De tovenaar zette zijn bril op en sprak : “Ik tel tot drie… zie jij wat ik zie ?” en toen zag de tovenaar alles wat er zich in de wereld afspeelde. Hij zag zijn buren die aan het kaarten waren en de twee jongens die de hond buiten lieten. Op afstand betoverde de magiër de ouders die in een diepe slaap vielen. In de badkamer liet de tovenaar de tandenborstels hun haren verliezen, het scheergerief kreeg vlijmscherpe tanden, de kammen werden kleverig, de kranen gaven geen water meer en het bad werd gevuld met slangen en allerlei ongedierte. Hij liet het kaartspel levend worden. De koningen dronken wijn. De koninginnen snoepten dat het een lust was en de ridders speelden krijgertje. Tevreden ging de tovenaar naar bed. Intussen kwamen de jongens terug en gingen de leefkamer binnen. Daar wachtte hun een wonderbaar schouwspel. Boven gekomen werden ze gevolg door de koningen die met hun zwaarden de slangen doodden. De koninginnen vielen in zwijm en de ridders openden de flesjes reukwater, die een walgelijke geur verspreidden. “Daar zit onze buurman voor iets tussen” zei de oudste. Beiden haalden ze een ladder, plaatsten die tegenover het open raam van de bovenverdieping en zagen het toverboek, het toverstokje en de toverbril liggen. De jongens gooiden het boek en het stokje in het vuur. Beiden keken ze door de toverbril en de oudste zette hem op. Ze hoorden hoe de tovenaar in zijn slaapkamer telkens weer hetzelfde herhalen . “Ik tel tot die… zie jij wat ik zie? ” Ze kenden het versje vlug van buiten. Plots werd de magiër wakker en zag de twee buurtjongens. Terzelfdertijd ontdekte hij ook, dat het toverboek en het toverstokje verdwenen waren. “Waar is mijn bril ” jammerde de tovenaar en beloofde de betovering in het huis van zijn buren te verbreken. Sluw vroeg hij:”Zonder mijn bril kan ik het niet” maar verzweeg dat hij de toverwoorden moest uitspreken. De zonen van hun buurman waren echter sluwer. “Wij kennen de woorden van het vers” verklapten ze. In de hoop van zijn bril terug in zijn bezit te krijgen zei hij “Akkoord”. De betovering was verbroken. Toen sprak de oudste zoon: “Ik zie de weg die naar het einde van de wereld leidt en niemand komt terug”. “Waar is het einde van de wereld” vroeg de jongste. “ER IS GEEN BEGIN EN GEEN EINDE” antwoordde de jongste en gelijk had hij!

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.