De gulden waterval.

Cees en Trees woonden met vake en moeke in een kraaknet huisje.Het stond aan de voet van een heuvel en leidde naar de top met grotten; ze speelden graag. Elk kind had een kat of hond .Ze lieten de dieren lopen naar het hoogste punt en de snelste won en kreeg een beloning. Zekere dag brachten Cees en Trees hun papegaai mee. Deze zat in een mooie kooi. Plots ging de kooi open en vliegensvlug was hij verdwenen achter de hoge bergtoppen. De kinderen hadden zoveel verdriet om de weggevlogen vogel. Daar woonde een wijze tovenaar en sprak met vriendelijke stem ‘Wees maar gerust de papegaai komt terug”. Wat later was de papegaai terug, hij zat op een stokje en zei “De tovenaar heeft me twee woorden geleerd”. “Welke” vroegen de kinderen nieuwsgierig. “Dank u” antwoordde de papegaai. De kinderen begrepen dat ze moesten beleefd en dankbaar zijn. De tovenaar keek in zijn glazen bol en keek vergenoegd van ver naar hen. In feite wou de tovenaar ook eens graag met hen spelen en hoorden graag dank u zeggen. Hij besloot een grote beloning te geven. Hij veranderde de weg in een gulden waterval. De dag daarop kwamen de kinderen toe. Ze waren vervuld van blijdschap en juichten “DANK U”.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.