De betoverde kip.

Een boer kwam vergenoegd van een pluimveemarkt terug. “Kijk eens welke mooie kip,” zei hij tegen de boerin. “Ja,”antwoordde zij. Maar dra zag men, dat de kip geen eitjes kon leggen. Daarom keerde hij terug naar de markt, bekloeg zich en ruilde de sierkip. Onmiddellijk verkocht de handelaar de kip aan een andere pachter. Maar… ook de tweede boer ging de kip verwisselen. Snel veranderde de sierkip voor de derde maal van eigenaar. Maar… ook deze man, bracht de kip terug. Nu was het de pluimveehandelaar kots beu en sprak tegen zijn vrouw “Deze week eten wij kippensoep van de sierkip.” Zij deed een mooi rood strikje om de hals van de kip, om ze vlug te herkennen. Het werd nacht. De prachtige kip barstte in tranen uit. De haan troostte haar echter en beweerde, dat hij nog nooit zo een mooie kip gezien had. “Dit strikje flatteert je geweldig” klonk het bewonderend. “Kom, voor het krieken van de morgen, moet ik iedereen wekken, daarom moeten wij nu vlug vertrekken!” fluisterde hij. “Ja” antwoordde de kip blij. Ze trippelden in de maneschijn en zagen voor de maan een heks op haar bezem vliegen. Maar de toverheks had hun gezien en daalde net voor hen neer. “Wel, wel, wel,” riep ze, “Meisje,je weet, dat ik je betoverd heb in een kip, want ik lust kippensoep.” “Hoe kan dat nu?” vroeg de haan, “Ik heb dit meisje gestolen terwijl ze sliep, maar verloor haar” grijnslachte de heks. Ze spoot wat lijm uit haar neusgaten en de haan en de kip kleefden aan haar bezem. Nu werd ook de haan bang. Thuis stopte de heks de dieren in een hok, waar ook een pauw en een fazant zaten. “We moeten hieruit” sprak de pauw en vertelde, dat ook hij betoverd was, in een jongen. “Ik heb mooie veren, wel honderd vijftig” pronkte hij. Met haar bek, trok de fazant de grendel uit het deurtje en sprak fluisterend “Kom, wij gaan naar de wijze tovenaar, heel diep in het woud. De tovenaar luisterde aandachtig en beval aan de vogel “Vlieg eens vlug naar het huisje van de heks en breng haar toverboek mee, wees stil en voorzichtig.” De vogel zag wat verder een uil en een koekoek, maar deed teken om te zwijgen. Onmiddellijk vond de fazant het toverboek, nam het in zijn bek en gaf het aan de tovenaar. “Kijk, hier is de toverformule, om de betovering te verbreken, maar… ik lees, dat de heks zelf, de woorden moet uitspreken!” Bedremmeld keken de dieren naar elkaar. “Was jij ook iemand anders?” vroeg de pauw aan de fazant en de haan. “Neen, neen wij zij altijd vogel en haan geweest” antwoorden ze. “Nu moet ik de heks naar hier lokken, want zij zal jullie zoeken” verwittigde hij hun. Angstig bekeken zij elkander. De wijze tovenaar keek eens in zijn toverboek, want hij was machtiger dan zij. In de morgen keek de heks in het dierenhok en zag, dat al het gevogelte verdwenen was, ook haar toverboek. Ze vloog over het woud en zag hun. Met de ene hand hield de tovenaar zijn toverboek vast en met de andere, haar boek. “Oh lieve pauw, kom toch gauw” vleide zij het dier. Ook tegen de fazant fleemde zij “Ik hou ook van uw veren, nu moeten wij terug naar huis keren.” De kip en de pauw gehoorzaamden haar echter niet. “Van jullie maak ik kippensoep” sprak de toverheks boos. “Maar ik zal van u heksensoep maken” riep de tovenaar tegen de heks “Ik gooi uw toverboek in de haard en ook uw heksensoep is toch niet veel waard.” Toen verbrak zij de betovering en een flinke jonge man en een allerliefst meisje bekeken elkaar. Een vonk uit de haard viel tussen hun in… en ze besloten voor altijd samen te blijven. Ze bogen dankbaar voor de wijze tovenaar en op zijn wenk, nam de haan plaats op de schouder van de jongen en de fasant nestelde zich, in de fraai gevormde handen van het meisje, die de vogel streelde. De heks stond er bibberend bij, want ook haar bezemsteel vloog in het vuur. De tovenaar zette haar buiten en de streek was nu veilig voor iedereen.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.