De bel van de tovenaar.

Twee vrienden hadden een hond gekregen. Zij woonden in de zelfde straat en lieten hem ’s avonds uit. “Wij zouden eens de eerste heuvel kunnen beklimmen” stelde de eerste voor. “Akkoord, ik breng twee belletjes mee, om aan hun halsband te bevestigen” antwoordde de andere. Op een zonnige zomerdag, gingen zij op stap. Zij maakten onderweg plannen voor hun toekomst. “Ik wil een hondenchannel” en “Ik word dierenarts” verklaarde de andere, “Zo kan ik altijd voor uw dieren zorgen.” Halfwege de heuvel, hielden zij halt bij een herberg. De honden maakten de gekste sprongen, “Wij gaan tot aan de top” besloten ze en vertrokken. Toen hoorden zij plots een bel klingen. Het was een gans andere toon, dat wat ze gehoord hadden bij de belletjes van hun dieren. De bel klonk plots schel “Tin-ge-ling” en traag, daarop “Tin-ge- linge-lang” en vlug achter elkaar “Tingelingelang, tingelingelingelang”. De jongens, Robert en Norbert, hielden Blacky en Snoopy stevig vast aan de leiband. “Alleen ik mag een bel laten horen” sprak een kwade stem “of ik verander de twee honden in twee poezen.” “Wie ben je?” vroeg Robert. “Ik ben de tovenaar, die op de hoogste top van de heuvel woont” riep hij boos. “Hou jij dan niet van honden?” vroeg Norbert, “Katten, of soms ook niet van koeien in de bergen, of rendieren, zij dragen toch ook belletjes” sprak hij dapper. “Waarom ben jij onzichtbaar en ook je bel?” wilde de Robert weten. “Omdat ik als tovenaar onzichtbaar kan zijn” vertelde hij fier, “Kom en doe die belletjes weg, ik leg ze in mijn huis.” Zo gezegd, zo gedaan, en de magiër vertrok. De anderen keerden bedroefd terug. ’s Anderendaags hielden de twee vrienden beraad. “Wij sluipen vannacht naar de woning van de tovenaar, die dan zichtbaar is, en nemen de belletjes terug” overtuigde de eerste en de andere had twee zaklampen mee, natuurlijk zonder de huisdieren mee te nemen. Het was een maanverlichte nacht. Vlug zagen zij een vreemde woning, met een hoge toren ernaast. Ook nu hoorden zij de bel van de tovenaar, deze keer plechtig met de speelse begeleiding van de genomen belletjes. “Het lijkt wel een beiaardconcert” fluisterde Robert en Norbert legde een vinger op de mond, want nu zong de tovenaar met diepe stem “Wel, wel, wel, alle kracht steekt in mijn bel!” Nu wisten de jongens genoeg. Zij kropen tot aan het torenvenster, het stond open en zagen de magiër. Veelbetekenend bekeken zij elkaar. Zij gleden naar beneden in de duistere torenkamer, hielden de adem in en wachtten in een hoek, tot de tovenaar ophield met spelen en zingen. Langs de torentrap ging hij uiteindelijk slapen. Robert struikelde echter, maar Norbert nam de bel en triomfantelijk klonk het “Wel, wel, wel, alle kracht steekt in mijn bel!” De tovenaar zweeg nu voor immer. Robert nam de belletjes mee voor de honden. Norbert kreeg de bel, hij zou immers meer in aanraking komen met dieren en gunde het hem. Hij herinnerde zich immers, dat zijn vriend gezegd had “Ik zal altijd voor de honden zorgen.” Zo kwamen hun jongensdromen uit. Ook later, kwam een andere wens in vervulling, een dubbele bruiloft, met lieve kinderen, die veel van dieren hielden.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.