De afgunstige heks…

In een ver mooi land zat de gehele koninklijke familie figuurlijk en letterlijk met de handen in het haar. Hun goede haarkapper was overleden. Wat nu gedaan? Ze konden natuurlijk een pruik dragen,maar dit was maar tijdelijk. Vooral de koningin en de prinsessen waren fier op hun lange lokken. De koning besloot dus om te loten,daar moest de haarkapper gevonden worden. Zijn raadsheer moest geblinddoekt, de naam van een stad of dorp aanduiden. Het werd een dorp, hoog in de bergen. “Jij komt in aanmerking” zei de koning, “eerst en vooral als oudste en terzelfdertijd wordt het tijd als kroonprins een gade te zoeken.” Dezelfde dag vertrokken ze,de prins en vier dienaren. Ze kwamen aan op de hoogste berg. “Meld het nieuws aan de burgervader van het dorp” beval de prins minzaam. Natuurlijk was de burgervader zeer vereerd en iedereen mocht zijn of haar kans wagen,als haarkapper of model. De dienaar keerde terug en alle vijf genoten ze van een prachtige zonsondergang. In een blokhut gingen ze overnachten… Een oude zeer lelijke heks had ook het nieuws gehoord en besloot dat het plan van de burgervader moest mislukken. Ze beraamde een zeer gemeen plan. Het werd nacht… De afgunstige heks kwam ongezien in de huizen terwijl ze sliepen, ze nam een grote zak en knipte al het haar van de meisjes af, daarmee maakte ze een kostbare pruik en beeldde zich in dat zij alleen in aanmerking zou komen. Toen de meisjes zagen dat ze geen haar meer hadden en geen model mochten zijn, gingen ze schreiend in stoet naar de burgervader… “Een oude wijze tovenaar is een vriend van mij” zei hij, “Misschien weet hij raad?” De tovenaar wist hoe hij kon helpen. Hij betoverde alle kammen en bij het kammen, kwam hun haar onmiddellijk terug. Iedereen, de prins en zijn gevolg, de bekoorlijke meisjes en talentvolle haarkappers traden de feestzaal binnen. Als laatste, kwam een zeer aantrekkelijk meisje en wou de deur sluiten, op dat ogenblik kwam de heks voorbij en knipte vlug het haar van het meisje af en ging ook de zaal binnen. Het kale meisje snikte het uit doch haar tranen veranderden in diamanten. “DAAR HAD IK OP GEREKEND” zei de tovenaar “JE MAG EENS MIJN GOUDEN KAM GEBRUIKEN” het meisje had het mooiste haar van al. “DEZE DIAMANTEN BRENG IK OP DE KAM AAN EN STEEK HEM IN JE HAAR” zei hij en verdween… In de zaal kwam men niet tot een besluit… Toen kwam het meisje binnen… Ze was ongelooflijk mooi… De prins stond als aan de grond genageld, feitelijk keek hij niet eerst naar haar kapsel, maar naar de mooiste ogen, die hij ooit had gezien… “JOU HEB IK GEKOZEN” ZEI HIJ GELUKKIG EN JOUW BROER WORDT ONZE HAARKAPPER! Net op tijd kwam de tovenaar tussenbeide en verbande voor eeuwig en altijd de afgunstige heks. IN DE HAAST VERLOOR ZE HAAR SCHAAR!…

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.