De gouden vingerhoed. Bewijs van diefstal.

De detective geniet van een smakelijk ontbijt met zijn broer John. “Dank u” zegt de butler wanneer de detective zijn post ontvangt. Hij ziet, hoe de detective er een lila geparmufeerde brief uithaalt, ook prijkt er een klein gouden kroontje op de omslag. John kijkt ook vol interesse naar het schrijven. “Wat nieuws?” vraagt hij nieuwsgierig, “Een uitnodiging op een oud kasteel. De gravin is haar gouden vingerhoed verloren of gestolen. Hij is nog van haar overgrootmoeder. “Ge gaan op reis ” antwoordt de detective enthousiast. “Het belooft een mooie uitstap te worden” antwoordt zijn broer. De andere brieven waren van twee personen, die hun kat of hond verloren zijn. Dit laatste, laat hij de butler oplossen. Opgewekt en gans ontspannen vertrekken ze. De gravin verwelkomt ze hartelijk, en legt uit hoe ze altijd haar vingerhoed bij zich heeft, kan deze maar in haar naaikamer, of in het prieel buiten liggen “Of gestolen zijn” meent de detective en met John genieten van de gastvrijheid op het kasteel. Ze bekijken prachtige schilderijen waar de overgrootmoeder een naaiwerk borduurt. Aan haar vinger prijkt de gouden vingerhoed. Ze ondervragen het personeel en die zoeken mee, vooral de tuinman. Samen zitten ze op het prieel. De dag daarna spreken ze af om dicht bij de vijver te zoeken. “Mijn dochter brengt me soms een bezoek” vertelt hij en toont een foto van haar. Alle drie zien ze, dat ze op een bank zit te naaien met een vingerhoed. De tuinier laat zijn dochter komen. Ze bekent dat ze de gouden vingerhoed niet gestolen heeft maar gevonden. “In elk geval had je me dat moeten zeggen” zegt de vader en “Eerlijkheid duurt het langst”! Ook de gravin en de detective zijn blij, dat hij terug de zaak heeft opgelost. Bij hun terugkeer zegt de butler fier, dat hij de verloren kat en hond terug gevonden heeft. “En ook terug gegeven” antwoordt de detective, die aan de gouden vingerhoed denkt.

Een reactie plaatsen

You must be ingelogd to post a comment.