Rijmen in sprookjesstijl 15

Een jongen zei “Liefste, ik wil je iets schenken, omdat je steeds aan mij zou denken”.   Ik kan niets gissen, ik kan niet kiezen, ik ben zo bang, je te verliezen.”   Het meisje antwoordde zonder beven “Je hebt mij jouw hart gegeven”.

Rijmen in sprookjesstijl 14

Een heks bleef aan de takken van de bomen hangen.   Zij werd zo moe, ze was zo loom… De opperheks verscheen haar in een droom…   “Je moet beter opletten, wat moet ik nu met jou aanvangen?”   De boswachter nam vlug de hoed. De heks verdween, het bos, stond in gouden gloed.

Rijmen in sprookjesstijl 13

Een kind, vroeg aan de wind “Neem mij mee. Draag mij over berg en zee.” Aanstonds zag de jongen, alles wat een kind maar dromen mag. Maar toen, werd het terug dag.

Rijmen in sprookjesstijl 12

Het was nacht, iedereen sliep. Toch leefde gans het huis, iedereen riep de anderen. Dit zou wel eens kunnen veranderen…   Er was storm op komst. Iedereen hield de adem in. Bliksem in de lucht. Donderend lawaai. Maar in huis, hoorde men de minste zucht.

Rijmen in sprookjesstijl 11

Twee potloden waren aan het kijven.   Zij hielden niet meer van schrijven.   De meester sprak “Wie schrijft zal blijven.”   Toen begonnen ze meer tijd, aan hun werk te wijden.

Rijmen in sprookjesstijl 10

Een zware klus, werd vlug geklaard, door zijn tweelingzus.   Daarom vroeg hij zijn vriend, “Weet jij, waarmee zij is gediend?”   Hij had wel een idee, en sprak tot haar, “Ik wil je als vrouw, en zeg niet nee”.

Rijmen in sprookjesstijl 9

Een prins zond een bericht, aan alle meisjes van de stad gericht.   Zij kwamen allemaal, mooi en met hoop, betraden ze de zaal.   Er was wijn, een lakei gleed uit… Ze lachten spottend, behalve één. Dit meisje werd de bruid.

Rijmen in sprookjesstijl 8

In een gouden koets, reed een fee voorbij.   Ze zag twee meisjes wenen.   Ze kwam naderbij en was plots verdwenen.   Opeens zagen de meisjes er prachtig uit.   In zijde en satijn, vlochten ze bloemen in hun haar.   Twee knappe ridders zijn toen verschenen.   De jongens bogen hoofs en werden dra een paar.

Rijmen in sprookjesstijl 7

Een tovenaar, oud en wijs, stelde de raad van zijn dienaar, steeds op prijs.   Tevergeefs zocht hij zijn toverboek, dit was reeds, een lange tijd zoek.   De knecht keek vlug in het rond… en zei kordaat “Zie eens wat ik vond!”

Rijmen in sprookjesstijl 6

Luid zongen de vinken en waren bij de pinken.   De papegaai riep “Wat een lawaai!”   De nachtegaal vond het een hels kabaal.   “Moet dit nu echt?” vroeg de specht.   Toen Klonk hun lied in koor, en kregen veel gehoor.